Menu
Over Famo Partners Publicaties Netwerken

Gebruik renteontwikkeling en rentevisie bij treasury besluiten

maandag 20 november 2017

Onzekerheden over de renteontwikkeling en het gebruik van een rentevisie spelen vaak een prominente rol bij besluiten over het afsluiten van leningen, beleggingen en rentederivaten. - Zanders

De huidige Handreiking Treasury 2015 voor gemeenten stelt (terecht) dat voor het nemen van een onderbouwde treasury beslissing het van belang is om in ieder geval de volgende zaken in ogenschouw te nemen:

  • liquiditeitsplanning op korte en middellange termijn;
  • inzicht in kansen/risico’s bestaande portefeuilles (o/g, u/g en garanties);
  • rekening-courant structuur en condities;
  • saldo-informatie banken;
  • rentestructuur en rentevisie.

Het gebruik van een rentevisie bij het nemen van besluiten op het gebied van treasury vraagt, in het licht van de hervonden lessen van de afgelopen jaren, om nog meer behoedzaamheid. De meest recente kredietcrisis, waar we langzaam weer uit lijken te krabbelen, heeft opnieuw geleerd dat voorspellen moeilijk is, vooral als het de toekomst betreft.

De lessen die getrokken zijn uit de problemen rond rentederivaten bij woningcorporaties hebben er toe geleid dat het nemen van besluiten op basis van een rentevisie in die sector bijna gelijk staat een bestuurlijke doodzonde.

De huidige Handreiking Treasury 2015 voor gemeenten stelt een rentevisie een hulpmiddel kan zijn voor gemeenten bij het nemen van besluiten over het indekken van toekomstige renterisico’s. Een zeer belangrijke voorwaarde voor het nemen van besluiten over het indekken van renterisico’s is dat er (voldoende) zekerheid bestaat over de omvang van het toekomstige renterisico. Zoals: een investering, een herfinancieringsbehoefte, voorziene overliquiditeit of belegging, een renteherziening.

In de oude Handreiking Treasury voor gemeenten uit 2000 stond destijds vermeld dat de rentevisies en rentescenario's van gemeenten gebaseerd konden zijn op de rentevisies van gezaghebbende instanties (zoals banken). De praktijk leert dat dit bij veel gemeenten nog steeds gebeurd. Op zich is daar niets mis mee maar, juist vanwege de hervonden belangrijke lessen van de afgelopen jaren, is ook extra waakzaamheid bij het gebruik van rentevisies van gezaghebbende instanties geboden.

Ook gezaghebbende instanties kunnen de ontwikkeling en hoogte van de rente onvoldoende betrouwbaar voorspellen. De toekomstige ontwikkeling van rentetarieven is met veel onzekerheden omgeven en wordt sterk beïnvloed door onvoorspelbare (vaak internationale, politieke, onverwachte) invloeden en gebeurtenissen. Banken en andere marktpartijen die rentevisies afgeven varen daar zelf ook niet blind op. Ook voor de ontwikkeling van de rentetarieven geldt: ‘Rendementen in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’.

Daarbij komt dat de rentevisies van banken sinds het ontstaan van de zogenaamde “liquiditeitsspreads” als gevolg van de kredietcrisis onvolledig zijn. Rentevisies van banken gaan niet in op de ontwikkeling van de “liquiditeitsspreads”, maar hebben alleen betrekking op de ontwikkeling van de referentierentetarieven zoals 3 maands Euribor en 10 jaars Swap, zonder de “liquiditeitsspreads”. Dat maakt rentevisies van banken in het huidige tijdsgewricht nog minder bruikbaar voor het formuleren van een eigen rentevisie. Ondanks dat de liquiditeitsopslagen het afgelopen jaar afgenomen zijn en op dit moment redelijk stabiel zijn, is de impact van de liquiditeitsspreads op de hoogte van de rentetarieven van leningen voor decentrale overheden voor rentevaste looptijden nog steeds relatief aanzienlijk.

Vanuit een leensituatie (waar de meeste gemeenten in verkeren) wordt “renterisico” doorgaans gedefinieerd als de kans dat rentetarieven gaan stijgen. De keerzijde daarvan is dat rentetarieven mogelijk (toch) kunnen gaan dalen. Het tot nul reduceren van renterisico’s betekent tegelijk dat de kans om toch nog een lagere rente te mogen betalen in de toekomst ook tot nul wordt teruggebracht. Bij het formuleren van renterisicobeleid moet gezocht worden naar een balans tussen enerzijds het reduceren van de kans dat rentelasten hoger worden en anderzijds ruimte laten voor de kans dat rentelasten lager worden. Het actief en welbewust handelen op renteverwachtingen en rentevisies zonder vooraf geformuleerde kaders voor het renterisicobeleid betekent dat bewust het risico wordt genomen dat de rentetarieven zich in werkelijkheid (toch) ongunstiger of gunstiger dan verwacht gaan ontwikkelen.

Belangrijk afgeleide doelstelling van de huidige wettelijke kaders rond renterisicomanagement (zoals Kasgeldlimiet en Renterisiconorm) is dan ook het streven naar begrotingsstabiliteit door het beperken van blootstelling (“exposure”) aan de onzekere ontwikkeling van de rente.

Individuele marktpartijen (zoals gemeenten) hebben geen invloed op de renteontwikkeling. De enige zekerheid voor hen is de rentemarkt van “vandaag”. Individuele marktpartijen zijn niet in de positie te markt te “verslaan” en hebben doorgaans geen andere keus de markt te “volgen”. De in de praktijk meest pragmatische “next best” optie is het formuleren en invullen van het renterisicomanagement aan de hand van een aantal algemene geldende uitgangspunten en handvatten binnen vooraf vastgestelde kaders. Een belangrijk adagium bij renterisicomanagement is “risico spreiden is risico mijden” door het spreiden van looptijden en vervaldata van leningen, beleggingen en rentederivaten. De logische gedachte daarachter is dat spreiding van looptijden tot spreiding van momenten door het jaar en over de jaren heen leidt waarop nieuwe rentetarieven vastgesteld gaan worden. Dat leidt tot spreiding van het risico dat onverhoopt een hogere rente betaald moet worden en tegelijk eventuele tot spreiding van de kans dat toch een lagere rente benut kan worden. Theoretisch leidt spreiding van looptijden tot spreiding van de effecten van hogere en lagere rentestanden door de jaren heen. Dat is in feite ook de gedachte achter de Kasgeldlimiet en Renterisiconorm.

“Alles overwegend” kan, met inachtneming van de geldende kaders van het renterisicobeleid, (toch) besloten worden tot het fixeren van rentelasten voor kortere of langere looptijden in het licht van de mogelijkheden van de rentemarkt van vandaag en tegen de achtergrond van rentevisies van marktpartijen.

Decentrale overheden worden geacht “prudent” met renterisico’s om te gaan. De huidige wet en handreiking geven daarvoor kaders en handvatten (zoals Kasgeldlimiet en Renterisiconorm). De verleiding kan groot zijn om in tijden van grote financiële druk op de exploitatie van decentrale overheden ruimte te zoeken in de mogelijkheden die de rentemarkt biedt. De functie van vastgestelde kaders voor renterisicomanagement is juist om de verleidingen tot het zoeken van meer ruimte in te kaderen tot wat verantwoord wordt geacht. Uitgangspunten als “prudentie” en “begrotingsstabiliteit” dienen daarbij niet uit het oog te worden verloren. Eén van de lessen van de recente kredietcrisis is dat het zoeken van meer ruimte en het oprekken van de grenzen leidt tot het nemen van meer risico en hogere kosten.

Zoals hiervoor is aangegeven nodigt de huidige Handreiking Treasury uit tot het gebruik van “rentescenario's”. Dat is een geschikte en in andere sectoren veel gebruikte methode om meer zicht te krijgen op de effecten van renteontwikkelingen op de financiële exploitatie. Interne benchmarks daarbij zijn: de huidige gemiddelde rentevoet op leningen, de omslagrente in de begroting en de financieringsrente in begroting.

Rentevisies zijn niet geschikt voor het behalen van een maximaal rendement of minimale kosten, maar dienen in het beste geval als ondersteuning bij het streven naar spreiding van renterisico’s en stabilisatie van rentekosten over de jaren. Het formuleren van een rentedoelstelling of “rentemissie” op basis van verkenning van de effecten van de rentescenario’s op de eigen financiële exploitatie en vervolgens actief gebruik maken van de mogelijkheden van de actuele rentemarkt om dit te bereiken, binnen daarvoor verantwoord vastgestelde kaders, wordt door veel marktpartijen als de meest pragmatische best haalbare aanpak gezien.

Wij helpen u aan de hand van onze ervaring daarmee graag op een praktische en pragmatische manier mee op weg.

Wilt u meer weten ? Neem contact op met Hans Visser (senior manager public sector): h.visser@zanders.eu of +31 6 22 45 14 05

Deel dit via:
Naar overzicht
Sluiten
X Zoek